CZ en kwaliteit
Te voorzien was vorige week, dat CZ’s Borstkanker”lijst” , waarbij ziekenhuizen bij de behandeling van borstkanker op kwaliteit werden ingedeeld, tot gedoe zou leiden. Jammer is , dat in de discussie hoofd- en bijzaken nogal eens door elkaar gehaald worden.
CZ en communicatie; feiten en omstandigheden
CZ maakte vorige week maandag aan het einde van de dag hun voornemen bekend. Deze was voorzien op vrijdag, maar een bericht van Achmea vergelijkbaar – op een ander ziektebeeld – , triggerde een eerdere berichtgeving. Achteraf niet handig, nu CZ, als bedoeld, niet eerst de ziekenhuizen kon informeren, en er daardoor een periode ontstond met onduidelijkheid hoe de indeling van die ziekenhuizen nu was (slecht, matig, goed). In de media werd gespeculeerd op basis van de inmiddels wel bekende Criteria. Bovendien verbood de Kort Geding rechter publicatie na een dagvaarding van de SAZ (42 verenigde algemene ziekenhuizen), welk verbod nog steeds geldt (er moet eerst gepraat worden); dat geding getuigde van ziekenhuiszijde nu ook weer niet van een open communicatiebeleid.
De discussie : algemeen
In Nederland zijn we sterk in de discussie van de zaken eromheen, de communicatie, de proceskant, de formele kant enz. Die discussie is doorgaans inhoud mijdend. En dat is wat het meest opvalt : er is nog geen doorwrochte discussie te zien over de Criteria, die openbaar zijn, en waar het in de kern om gaat. En we zijn een land van mopperaars, waar zijn nu eens positieve berichten te vinden dat het goed gaat in de zorg, we veel kunnen, een hoge standaard hebben en met creativiteit binnen alle complexiteit ver kunnen komen? Voor het management in de zorg zou gelden “noblesse oblige”, maar ik zie er weinig van terug. Het wijzende vingertje is vaak de eerste reactie.
De discussie
De hoofdzaak is wat mij betreft de inhoud van de Criteria voor de kwaliteitsindeling. Die Criteria zijn uitvoerig beschreven. Alhoewel daarin het getalscriterium van “70 operaties” aan discussie onderhevig kan zijn, is het niet ongewoon om getalscriteria te gebruiken in de zorg; vergelijk de normen voor het aantal kinderen die een CB-arts per periode moet zien (waar overigens vaak [ook] niet aan voldaan wordt).
Maar wat gebeurt er? Gedoe over de communicatie, zware inzet op het feit dat een verzekeraar dit niet zou moeten doen. Verwijten aan CZ, dat ze alleen naar de “schade” resp. de kosteneffecten kijken, en dat het kwaliteitscriterium slechts excuus zou zijn (vgl. het Blog van Harriet Messing). Behalve het communicatiepunt, zie ik geen adequaat onderbouwde argumenten in de discussie. Vaak zijn het zelfs vooronderstellingen, visies, zonder enig bewijs, die de discussie geheel domineren. De open discussie wordt hiermee doodgeslagen.
En de discussie via de rechter voeren door juist transparantie te beperken (verbieden) door de SAZ is nu niet het toonbeeld van zelfvertrouwen in de ziekenhuissector. Een schade geding vanuit het ziekenhuis in Hoogeveen is nogal prematuur. Ik zou zeggen, niet ongewoon ook in de juridische praktijk, ga eerst eens praten. Dat laatste heeft in feite ook de Kort Geding rechter gezegd. De pro actieve houding van Slotervaart is dan weer wel gebaseerd op zelfvertrouwen, door CZ omgekeerd uit te sluiten, niet anders dan bedoeld om de discussie met wat ‘geweld’ open te breken. Het Maxima Medisch Centrum promoot gewoon zichzelf positief als goede behandelaar. Zo kan het ook.
Messing stelt dat de patiëntenverenigingen weinig kritisch zijn. Het is juist, dat in de discussie opvalt dat die patiëntenverenigingen nogal “afwezig” zijn, mede door – aldus Messing – hun banden met de zorgverzekeraars en de farma. Eigenlijk zou dit het moment zijn voor patiëntenverenigingen, met welke visie dan ook, het patiëntbelang te vertegenwoordigen.
Met name de discussie over het feit dat een zorgverzekeraar dit niet zou moeten doen (belangen, schadereductie enz.) vertekent de discussie. Messing neemt hier ten onrechte aan dat dát het achterliggende belang van de Zorgverzekeraar is, maar voert daar geen overtuigende onderbouwing voor aan.
Be good and tell it
Het getuigt naar mijn mening van moed van CZ, dat deze – eindelijk – transparantie schept in waar behandelingen beter of slechter zijn. Dat is in het grootste belang van de patiënt, die nu nog – blijkt uit onderzoek – het meest afgaat op advies uit zijn omgeving, familie en vrienden.
De kritiek rond het feit dat een zorgverzekeraar dit niet zou moeten doen is nogal vrijblijvend. Immers : wie doet het dan op dit moment, of zou het móeten of kúnnen doen? Niemand. De Inspectie (IGZ) doet het niet, de patiëntenverenigingen doen het niet, een ook de sector zelf scheidt bokken en schapen niet door benchmarks of ander onderzoek. Wat tot nu toe een gesloten boek was voor patiënten, is plots open en beschikbaar, hetgeen een betere beoordeling en eigen keuze voor patiënten betekent. Opvalt ook, dat vanuit de patiënt 2.0 ‘zijde’ vaak dezelfde kritiek komt, terwijl er juist, naar de hoofdzaak, instemming met die transparantie zou moeten zijn. De beren op de weg lossen we hierna wel op, onder meer met een inhoudelijke discussie en met wellicht het realiseren van een beter platform voor dit type beoordelingen, alles in het belang van de patiënt.
En dan kunnen we vanzelfsprekend over de Criteria spreken, wat we overigens juist níet doen.
Op dit moment zijn Zorgverzekeraars tot nader order zelfs de besten die de kwaliteitsbeoordeling kunnen maken : zij beschikken niet alleen over nagenoeg alle informatie, maar hebben bijna alle inmiddels ook goede afdelingen Zorgbemiddeling of een Zorgmakelaar, die allang toedelen op basis van kwaliteit en beschikbaarheid. Tot anderen zich melden zullen we het hier mee moeten doen.
Maar ik hoor zowel van de ziekenhuissector, als vanuit het maatschappelijk middenveld er omheen, of niets, of klagen over dat het zo niet zou horen.
Bovendien, dat wel, is de beste behandeling (beste behandelaar, beste tijd, beste plaats) óók schadebeperkend. Maar ook dat is in ons aller belang. Als dit principe breder zou worden gehanteerd hoeven de premies niet of minder omhoog, én de patiënt is beter (en sneller) geholpen.
Verder past de CZ benadering naadloos in de al lang breed lopende discussie, of eigenlijk bestaande visies, over specialisatie van veel behandelingen, zélfs tússen de Academische Ziekenhuizen, en zelfs bij de SEH’s.
Laten we hopen dat er én veel meer transparantie komt in de ziekenhuiszorg, mét kwaliteitsduiding, waar het beter en minder is, én dat dit zoveel mogelijk behandelingen gaat betreffen, én dat dit leidt tot meer specialisatie op ziekenhuisniveau. Dit leidt en tot een hogere kwaliteit en tot lagere kosten.
En dat kunnen we wel gebruiken.
Be good and tell it.
© 7 oktober 2010
Hildebrand van Weerd
ZorgImpact
