De aanleiding was prins Friso. Een rare ex dokter (Tulleken) met een wat wereldvreemde journaliste (Koelewijn) halen de media met (des)informatie over de conditie van Prins Friso. Verwerpelijk in algemene zin. Zoals er veel onzin dagelijks te lezen en te zien is. Op met name twitter, bijna onwelvoeglijk om die tweets zelfs hier maar te herhalen, wordt het koppel gekielhaald. De aanval, de taal staat in geen enkele verhouding tot het gebeuren, ik noem(de) het de (Groot) Inquisitie. Kort erna een uitzending van de SEH VUMC, omstreden door de verborgen camera’s. Een volstrekt andere gebeurtenis, context en achtergronden. Maar de tweeters van zojuist hebben beet. De twee volstrekt verschillende issues worden op één hoop gegooid. Taalverruwing, decorumverlies en volstrekte gebrek aan inzicht in goede omgangsvormen. De media melken de samengevoegde onderwerpen uit. Er wordt veel gezegd over wel/niet schending van het artselijke beroepsgeheim. Daarmee wordt de verwerpelijkheid van het gebeuren teruggebracht tot een (complex) juridisch onderwerp, dat juist afleidt van de werkelijke vraag (en antwoord) : het hoort gewoon niet. Klaar. En nu is er een Burgerinitiatief om juridisch mogelijk te maken, volgens de initiatiefnemers, dat ook zij mogen klagen over bv. Tullekens beroepsgeheimschending (als die er al was). Volgens de initiatiefnemers is het moment toeval, er is geen verbinding met de zaken hiervoor. Het moet gewoon veranderd.
De zaak zelve
Het is lastig om twee volstrekt niet bij elkaar passende onderwerpen, die bovendien veelal uit hun context gehaald worden besproken, als “de zaak zelve” te beschrijven. In de kern ging het formeel in de discussies om de schending van het beroepsgeheim, terwijl het inhoudelijk om de vraag ging wat wel of niet hoort. In de Friso-zaak gaat het om één dokter in ruste. Bij het VUMC gaat het formeel om de vraag hoe de aard van de toestemming van de patiënten in elkaar zit, maar ook weer materieel om de vraag of dit wel kan (of “hoort”). De formele kant, schending van het beroepsgeheim resp. de schending van patiëntenrechten (of : privacy) bij het VUMC is door daarvoor beschikbare toezicht organisaties als KNMG, IGZ, Openbaar Ministerie en anderen getoetst. Einduitslag was dat deze alle geen reden of mogelijkheid tot correctie, tuchtrechtelijke of strafrechtelijke vervolging zagen.
Het Burgerinitiatief en de wet
De tweeters van weleer, een kleine groep, wil nu toch háar recht halen, door via een Burgerinitiatief (een verzoek aan de Tweede Kamer c.s.), het nu geldende “klachtdelict” (alleen de getroffene zelf mag klagen, artikel 272 Strafrecht) te laten veranderen, zodat iederéen, ook niet getroffenen, kunnen klagen. In de “Friso-casus” zou zoiets betekenen, dat iedereen bij het Openbaar Ministerie aangifte kan doen tegen schending van Friso’s (medische) geheimen.
In het Wetboek van Strafrecht zijn een aantal delicten opgenomen als specifiek klachtdelict, of anders gezegd, de aangifte van degene die is getroffen, is alleen bepalend of in dit geval het Openbaar Ministerie gaat vervolgen, hier bijvoorbeeld wegens schending van het beroepsgeheim. Hetzelfde geldt bijv. bij “smaad” : ook daar kan alleen de getroffene aangifte doen.
Het zijn niet voor niets destijds door de wetgever delicten, die als klachtdelict zijn geformuleerd. Immers, het betreft hier juist zó de persoonlijke levenssfeer (of: privacy) van betrokkene, dat déze alleen bepaalt of deze klagen wil, in een afweging van wellicht een nog grotere aantasting door de aandacht voor het gebeurde, de vraag of het allemaal wel erg genoeg was, de vraag wat het aan energie kost ten opzichte van de ernst van het (eventuele) delict, de inschatting van de haalbaarheid van de klacht enz. Dit zijn afwegingen, die juist dáarom alleen door de getroffene moeten kunnen worden gemaakt, waardoor niet iedere willekeurige burger, of kleine groep van burgers, zijn belangen nog ernstiger kan schenden zonder dat deze betrokkene dat zelf wil.
Dit laat nog onbesproken, of een klacht/aangifte van de betrokkene ook leidt tot een vervolging door het Openbaar Ministerie. Die weegt namelijk af (onder toezicht van het Gerechtshof, artikel 12 Strafvordering) óf er wel een delict of strafbaar feit is (lees hier bv. : of er wel een beroepsgeheim is geschonden). Veel klachtdelicten als bv. smaad leiden níet tot vervolging, omdat het OM de uiting of het handelen niet strafbaar vindt. Het voert te ver om in dit bestek de Friso-casus geheel uit te werken, maar uit vele (deskundige) reacties blijkt, dat er zeer aannemelijk geen sprake geweest is van schending van het beroepsgeheim (dus : geen vervolging), wel van veel domheid. Maar op domheid staat geen straf.
Ik zou nog niet eens tegen een op termijn goed overwogen aanpassing van art. 272 Strafrecht zijn met een beperkte uitbreiding naar andere direct betrokkenen (familie indien het slachtoffer zichzelf niet kan verweren (vgl. ook de Robert M. casus), nabestaanden) of betrokken toezichthouders. Maar dat wordt in het Burgerinitiatief niet gevraagd. Zij, de initiatiefnemers willen het ook zélf kunnen.
Dat is al één (belangrijke) reden om tegen een aanpassing van de klachtdelicten te zijn, zoals het voorliggende Burgerinitiatief ten aanzien van art. 272 Strafrecht vraagt. Zie het initiatief : http://petities.nl/petitie/oproep-aan-wetgever-tot-afschaffing-klachtvereiste-bij-art-272-strafrecht .
Andere rechtsmiddelen
Het Nederlandse burgerlijke, publieke en strafrecht is een groot gebouw van checks and balances. Een burger heeft veel rechtstreekse mogelijkheden om zijn recht te halen (aangifte, een burgerlijke of civiele procedure wegens onrechtmatige daad, publieke rechtsmiddelen in bestuurlijk beroep). Verder is er een vrij uitgebreid georganiseerd toezicht op allerlei handelen van personen (of professionals) in Nederland, in casu bv. de KNMG, de IGZ enz. Daarnaast zijn er veel andere middelen om in die checks and balances te handelen : de vrijheid van meningsuiting (die is in ieder geval ruim benut), het klagen bij Toezichtorganisaties over hun (niet) handelen enz. enz. En er zitten ook zeker faalpunten in dat systeem, die zich overigens het meest in het publiekrecht afspelen, waar het om het toetsen van overheidshandelen gaat. Al die mogelijkheden kunnen benut worden. Maar ergens houdt het eens op : of iemand wordt bv. veroordeeld, of al dan niet betrokkenen zien dat hun visie op iemands (eventueel strafbare of rechtens laakbare) handelen niet tot het “aanpakken” ervan leidt. En dat hoort ook zo. Daar is het totale recht voor. En dan is er ook nog het Burgerinitiatief. Een goede mogelijkheid voor burgers om met een grotere groep (die tegenwoordig via Internet vrij eenvoudig te vergaren is) ergens, bijvoorbeeld bij de wetgever/tweede kamer, te vragen iets te doen of te laten. De verzochte, bv. de Tweede Kamer, moet dat béhandelen, maar hoeft er niet in mee te gaan.
Overigens had bijvoorbeeld het OM, als zij wél hadden willen vervolgen, nog andere keuzes gehad, zoals “belediging van het Koningshuis” of in andere in het Strafrecht verborgen mogelijkheden. Helder is dat het OM geen heil zag/ziet die richting(en) te kiezen.
Er is een moment dat je je als burger, bij uitgeputte rechtsmiddelen ook moet kunnen neerleggen bij wat er besloten is. Dat heet ook democratie.
En dat is voor mij een tweede reden om het voorliggende Burgerinitiatief naar inhoud af te wijzen. Dit geïsoleerde gelijkhebberige gedrag getuigt niet van respect voor democratische beginselen.
Gelegenheidswetgeving
Algemeen erkend is het staatsrechtelijk “monstrum” dat “gelegenheidswetgeving” wordt genoemd. Een (of zelfs de hoogste, de Hoge Raad) rechter neemt een besluit, dat de wetgever (in bijv. de uitleg van wetgeving) zeer onwelgevallig is. Die correctie, die in een juridisch geschil bv. de Hoge Raad zo kan doen, maakt onderdeel uit van het systeem van checks and balances. Dat systeem wordt doorbroken, als de wetgever daarop terstond de wet verandert. Immers het recht, inclusief het staatsrecht, is goed uitgebalanceerd, en de wetgever doorbreekt dan (niet meer toetsbaar) de balans. Gelegenheidswetgeving is wereldwijd berucht : van het veranderen van kiesdistrictsgrenzen voor een betere uitslag de volgende keer (UK : gerrymandering), tot onlangs de wet die Donner er door joeg om de door de rechter bevolen gratis ID-kaart, weer tot een betaalde kaart te maken. Het als burger vrágen om gelegenheidswetgeving is wellicht nog erger : immers er wordt gevraagd om een zekere willekeur in het gebalanceerde recht en het gebalanceerde wetgevingsproces. Aanleiding tot gelegendheidswetgeving zijn immer incidenten, soms rechterlijke uitspraken, en nu de “casus Friso”. Diezelfde willekeur kan de in dit geval vragende burger ooit hemzelf treffen. Of nu al, zie de ID-kaart.
Het recht om dit Burgerinitiatief te doen zij niemand ontzegd, maar ook het recht niet om daar tegen in het geweer te komen.
Voor mij een derde reden om tegen de inhoud van het Burgerinitiatief te zijn, het is een gelegenheidswetje (of zou dat worden). In het initiatief wordt zelfs verwezen naar de twee aanleidende incidenten (“Friso” en het VUMC).
Omgangsvormen
Terecht wordt geklaagd, dat er in Nederland een zeker verval in de omgangsvormen is. De voorbeeld moeten gevende Tweede Kamer, of het kabinet, dragen aan goede omgangsvormen bepaald niet bij op dit moment. Die (niet) voorbeeldfunctie versterkt een samenleving, waarin het eigen “gelijk” of de eigen “waarden” van de groep verheven worden boven anderen of andere groepen. Zet en strijk op dit moment. Onderdeel van wat “verval in omgangsvormen” wordt genoemd, is (vaak) het gebrek aan proportionaliteit. Het gezegde of gestelde staat in geen enkele verhouding tot het gebeurde. In het parlement en openbaar bestuur leidt dat voor een deel tot incidentenpolitiek. De maatschappij, de samenleving volgt daarin meer en meer, door bijzonder vervelende gebeurtenissen uit hun context te tillen, en disproportioneel te behandelen. De genoemde tweets (zie de geschiedenis op Twitter), maar ook de opvolgende discussies en nu het Burgerinitiatief maken daar onderdeel van uit. Op den duur keert dit ook letterlijke verval van normbesef zich tegen de samenleving zelf.
Een vierde reden om tegen het Burgerinitiatief te zijn, het zal – zeker in samenhang met de vorige punten ook – het tegendeel bewerken van wat ook de initiatiefnemers willen, nl. dat er goed en proportioneel recht wordt gedaan.
Het belang van de kwestie
Het primair aanleidende incident, de casus “Friso” teruggebracht naar zijn werkelijke belang, is het roepen van iets (dat ook nog eens onwaar bleek) door een ex-dokter en zijn echtgenote tevens journaliste. De onderliggende ander “casus”, de in coma zijnde Friso, is bijzonder ernstig en is dat alleen maar meer geworden. Een lid van het Koninklijk Huis wordt nu eenmaal meer omarmd door haar samenleving dan een onbekende.
Maar het gebeuren zelf, de melding door de ex-dokter en zijn journaliste ega waren en zijn binnen de context juist van het grotere geheel van geen enkel belang. Het groot “koppen” ervan zij de NRC te verwijten, maar dat is een andere kwestie. Ook de verdere uitvergroting door de media, aangestoken door onder meer deze initiatiefnemers, is een discussie die buiten dit bestek valt.
Dat door de onderliggende casus “Friso”, dat roepen meer aandacht kreeg is ook nog begrijpelijk. Maar de “groot-inquisitie”, die er op volgde door een kleine groep medici, ethici en (semi) journalisten staat in geen enkele verhouding tot het gebeurde.
Dit heeft hier niet zozeer met omgangsvormen te maken, maar met het hebben van een goed beoordelingsvermogen met betrekking tot gebeurtenissen, deze en in het algemeen. Of misschien bottom line gewoon met (extreem) gelijkhebberig, bijna narcistisch, gedrag.
Voor mij een vijfde reden om tegen de inhoud van dit Burgerinitiatief te zijn. Het doet geen recht aan het belang van de kwestie.
De medische wereld
Tussendoor. Als in termen van omgangsvormen naar proportionaliteit wordt gekeken, of sec naar het belang van de kwestie in het grotere geheel, rest slechts verbazing. Terecht reageerde op Artsennet iemand, dat er wel belángrijkere kwestie zijn in de zorg en medische wereld, als het om privacy, beroepsgeheim, het wel of niet delen van beroepsinformatie (DBC’s in de psychiatrie) enz. gaat.
Dit eruit tillen van deze kwestie neemt de aandacht weg van dingen waarover het wél zou moeten gaan.
Voor mij een zesde reden om tegen de inhoud van dit Burgerinitiatief zijn. De initiatiefnemers beschikken niet over een proportioneel beoordelingsvermogen als je binnen de zorg en medische wereld naar het grotere geheel kijkt. Juist het incident “Friso” aangrijpen, betekent een miskenning van wat velen in de zorg en medische wereld op andere wijze overkomt, en waar blijkbaar minder aandacht voor is.
De initiatiefnemers
Het begon vandaag, op vrijdag 16 maart, wat vreemd allemaal. Het persbericht over het Burgerinitiatief werd overal geplaatst. Wie dan de initiatiefnemers waren was niet duidelijk, al een vreemde zaak bij het uitgaan en –doen van het persbericht. Slechts de advocaat was bekend, en een enkele zelf bekennende twitteraar. Waar aanvankelijk nog gezegd werd, dat staat straks wel bij de “petitie” in het Burgerinitiatief, bleek ook dat niet waar te zijn. Alleen de advocaat trad en treedt weer op.
Het plaatsen van een Burgerinitiatief, dat over het schenden van het Beroepsgeheim gaat, en juist daarbuiten anderen (waaronder de initiatiefnemers) het klachtrecht daarover wil geven, terwijl die initiatiefnemers zich zelf niet bekend maken, en dat in brede zin nog niet doen, is toch wel een zeer ernstige vorm van bewustzijnsvernauwing of ronduit bespottelijk.
Toen (via Twitter, door de advocaat) mij een kort lijstje enkele namen werden genoemd, waarvan ik niet weet of dat lijstje compleet is, moet ik eerlijk zeggen, kon ik zelf ook weer wat beter relativeren.
Indien er “grote” namen van medici, of meer nog ethici, hadden bijgestaan had mij dat ernstig verontrust. Maar dit lijstje, dat naar mijn mening nog steeds in openbaarheid bij het Burgerinitiatief zelf vermeld dient te worden, geeft geen aanleiding tot grote zorgen.
Wat mij wel zorgen blijft baren, is, dat als hiervoor in andere bewoordingen betoogd, het sentiment het van de rede wint, en er zo maar een raar Burgerinitiatief voldoende ondersteund wordt.
Maar goed, dat is óók democratie.
In ieder geval heb ik er een lijstje bij van artsen c.a. wiens levensparadigma zo ver van mij afstaat, dat ze op mij allergielijstje komen te staan, straks in het EPD.
Dat er naar verluidt ook nog advocaten in het initiatiefnemerslijstje staan stemt mij wel tot nadenken over hun visie op het recht.
Mr. H. (Hildebrand) van Weerd
- Staats- en administratiefrecht 1984, RUL
- Zorgondernemer
Vind ik leuk:
Wees de eerste om post te waarderen.